De finishlijn bestaat niet, en dat verandert hoe je naar werk kijkt
De taart is op, de laatste dozen zijn opgeruimd en het project dat maandenlang alles bepaalde is opgeleverd. In de agenda staat voor volgende week al de startbijeenkomst van het volgende traject. Iemand zegt lachend dat het even rustig wordt. Niemand gelooft dat.
We leven opvallend vaak alsof het echte leven straks begint. Als dit project klaar is. Als die promotie binnen is. Als de reorganisatie achter de rug is. Als het team eindelijk goed draait.
Nog even volhouden.
En dan blijkt er achter de finishlijn gewoon weer een startlijn te liggen.
Na de berg komt een nieuwe berg
Veel van wat we doen is opgehangen aan doelen, en dat is op zichzelf verstandig. Doelen geven richting, ze helpen kiezen, ze kunnen behoorlijk motiveren.
Er zit alleen een valkuil in. We kunnen onszelf ongemerkt aanleren dat voldoening altijd ergens in de toekomst ligt. Eerst dit bereiken, dan genieten. Eerst deze puinhoop opruimen, dan rust.
Zo werkt het zelden. Je haalt een diploma en begint aan een loopbaan. Je krijgt die functie en wilt doorgroeien. Je rondt een groot traject af en het volgende ligt al klaar. Je haalt een omzetdoel en het doel voor volgend jaar gaat omhoog.
De finish schuift met ons mee.
Ons brein helpt daar weinig bij
Er is een naam voor dat verschijnsel: hedonische adaptatie. Mensen wennen verrassend snel aan verbeteringen in hun omstandigheden. Iets waar je maanden naar verlangt, kan na een paar weken alweer gewoon voelen.
De nieuwe functie. Het hogere salaris. Het behaalde doel. Er ontstaat even een piek, daarna past de verwachting zich aan en kijk je alweer vooruit. Op de pagina over brein en samenwerking staat meer over dit soort mechanismen.
Dat aanpassingsvermogen is nuttig. Zonder dat waren we waarschijnlijk een stuk minder ondernemend. Het maakt een leven dat volledig om het bereiken van doelen draait alleen tot een merkwaardige wedstrijd. Je rent steeds harder naar een streep die nooit definitief blijkt.
Ambitie is het probleem niet
Doelen loslaten is dus geen oplossing. Bouw iets waar je trots op bent, probeer beter te worden, ontwikkel dat team, loop die marathon, maak plannen die net iets te ambitieus voelen.
Maak alleen één onderscheid. Een doel mag richting geven aan wat je doet. Het hoeft geen voorwaarde te zijn om onderweg iets te beleven.
Dat verschil lijkt klein en verandert veel.
Houd van het rennen
Er valt meer te zeggen voor het rennen dan voor de streep. Voor het gesprek onderweg, voor het leren, voor de collega met wie je moet lachen terwijl het project volledig vastloopt. Voor het kleine succes dat verder niemand ziet, en voor de koffie voor de vergadering begint.
Voor proberen, mislukken en het opnieuw proberen. Voor een goede maaltijd na een lange dag. Voor sporten zonder dat elke training een record hoeft op te leveren. Voor tijd maken voor de mensen die je belangrijk vindt.
Dat zijn geen onderbrekingen van het leven terwijl je onderweg bent naar iets belangrijkers. Dat is het leven.
Organisaties vergeten dit ook
Op het werk zie je hetzelfde mechanisme, alleen dan in het meervoud. We werken naar de volgende kwartaaldoelstelling, de volgende oplevering, de volgende reorganisatie, de volgende strategieperiode.
Nog even doorzetten. Na de oplevering wordt het rustiger. Na de reorganisatie ontstaat duidelijkheid. Na dit programma kunnen we weer vooruit.
Organisaties zijn nooit af. Zodra de ene verandering is afgerond dient de volgende zich aan, want de techniek verandert, de klanten veranderen, de mensen veranderen en de omgeving verandert mee. Meer daarover staat op de pagina over teamenergie.
Duurzame energie in een team hangt daarom maar deels af van wat mensen bereiken. Hoe het voelt om samen onderweg te zijn weegt minstens zo zwaar. Kunnen mensen lachen? Wordt vooruitgang opgemerkt? Is er ruimte om iets fout te doen? Ervaren mensen betekenis in het werk van een gewone woensdag? Zijn successen cijfers op een overzicht, of wordt er ook echt bij stilgestaan?
Een team dat pas tevreden mag zijn wanneer alles af is, kan lang wachten.
Succes als manier van reizen
Bij succes denken we meestal aan aankomen. Er valt iets te zeggen voor de gedachte dat het eerder een manier van reizen is.
Ambitieus zijn en toch goed eten. Verantwoordelijkheid nemen en toch plezier maken. Grote doelen hebben en aandacht houden voor een gewone dinsdagmiddag.
Na iedere wedstrijd komt er een volgende. Achter iedere berg verschijnt aan de horizon een nieuwe. Blijf dus vooral klimmen.
Kijk onderweg alleen af en toe om je heen. De finishlijn is misschien een illusie, de weg ernaartoe is dat niet.