Waarom jonge werknemers nooit helemaal offline zijn
Tijdens de lunch gaat het gesprek over het weekend, een taai project en de vakantieplannen. De jongste collega aan tafel praat mee en kijkt om de paar minuten op zijn telefoon. Aan het einde van de dag heeft hij hard gewerkt en veel verwerkt, en voelt hij zich vooral onrustig.
Aan het gesprek ligt het niet, en aan zijn motivatie ook niet. Zijn aandacht wordt de hele dag door berichten, filmpjes, groepsapps en meldingen weggetrokken. Alsof hij overal een beetje was en nergens helemaal.
Social media stopt niet bij de voordeur van het kantoor. Het bepaalt mede hoe jonge werknemers hun aandacht verdelen, hoe ze zichzelf beoordelen en hoe ze naar hun loopbaan kijken. Daarmee is het meer dan een privékwestie.
Een generatie die altijd verbonden is
Voor veel jonge werknemers bestaat er nauwelijks een grens tussen wat online en wat daarbuiten gebeurt. Contact met vrienden, nieuws, ontspanning, vakkennis en de eigen profilering lopen allemaal via hetzelfde apparaat.
Dat heeft voordelen. Ze vinden snel informatie, delen kennis makkelijk, leggen contacten buiten de organisatie en signaleren ontwikkelingen eerder dan de rest.
Tegelijk zijn er weinig momenten waarop het hoofd werkelijk stil valt. Onderzoek onder jongeren wijst erop dat vooral problematisch gebruik samenhangt met slechter slapen en minder welbevinden, waarbij het niet zozeer om de hoeveelheid tijd gaat als wel om de vraag of iemand de controle kwijtraakt. Deze generatie heeft een flink deel van haar sociale ontwikkeling in die omgeving doorgemaakt.
Aandacht raakt versnipperd
Veel werk vraagt concentratie. Een analyse maken, een ingewikkeld probleem uitpluizen of een zorgvuldig gesprek voeren lukt beter wanneer iemand langere tijd bij één ding kan blijven.
Social media is gebouwd rond het omgekeerde: een kort filmpje, een bericht, een reactie, weer iets nieuws. Elke melding is een mogelijke onderbreking, en zelfs de verwachting dat er iets binnenkomt vraagt al aandacht. Meer over wat dat met het brein doet staat op de pagina over brein en samenwerking.
Op het werk zie je dat terug in mensen die voortdurend wisselen tussen taken, moeite hebben met langere teksten, tijdens een overleg hun telefoon controleren, snel reageren zonder de informatie echt tot zich te nemen en aan het eind van de dag mentaal op zijn.
Aan hun concentratievermogen ligt het zelden. Hun aandacht wordt alleen de hele dag door veel partijen opgeëist. En een organisatie die steeds meer kanalen, apps en meldingen toevoegt, versterkt dat patroon zelf.
Vergelijken wordt dagelijkse kost
Op social media staat zelden het gewone leven. Mensen delen promoties, reizen, sportprestaties en nieuwe banen.
Wie daar dagelijks naar kijkt, krijgt makkelijk het idee dat anderen harder opschieten. Een jonge collega die tevreden aan een nieuwe functie begint, ziet ondertussen leeftijdgenoten die ondernemer worden of vertellen dat ze hun droombaan hebben gevonden. Een volstrekt normale fase gaat dan voelen als achterstand.
De vergelijking is oneerlijk, want iemand legt zijn hele werkelijkheid naast het uitgekozen hoogtepunt van een ander.
Op het werk wordt dat zichtbaar als onzekerheid over de eigen ontwikkeling, haast om promotie te maken, twijfel of deze functie wel genoeg te bieden heeft, en het gevoel voortdurend zichtbaar te moeten presteren.
Het onderzoek naar jongeren en social media laat geen simpel oorzakelijk verband zien. Persoonlijke kwetsbaarheid, de manier van gebruiken en het ontwerp van de platforms spelen door elkaar heen. Wie zich al onzeker voelt gaat anders scrollen, en dat scrollen kan die onzekerheid weer voeden.
Werk wordt onderdeel van de etalage
Social media heeft ook veranderd hoe mensen naar hun beroepsidentiteit kijken. Werk is iets wat je doet, en tegelijk iets waarmee je laat zien wie je bent.
Een interessante werkgever, een betekenisvolle functie, een zichtbare bijdrage aan een project: het wordt onderdeel van het eigen profiel. Daardoor kunnen jonge werknemers sterk gedreven zijn door ontwikkeling en door het verhaal achter de organisatie.
Er zit ook druk in. Werk bestaat namelijk voor een groot deel uit routine, oefenen, fouten maken, wachten en administratie waar nooit iemand een compliment over geeft. Wordt de verwachting vooral gevoed door online succesverhalen, dan valt de traagheid van echte ontwikkeling tegen.
Vakmanschap groeit zelden uit één grote kans. Het groeit uit jarenlang oefenen met taken die er van buiten weinig indrukwekkend uitzien.
Stilte voelt als een oordeel
Op social media zijn reacties zichtbaar en direct. Een bericht wordt bekeken, gewaardeerd, gedeeld of genegeerd.
Wie daaraan gewend is, mist die signalen op het werk. Iemand levert iets op en hoort vervolgens niets. De leidinggevende denkt: geen nieuws is goed nieuws. De medewerker denkt: blijkbaar deed het er niet toe.
Tegelijk kan kritiek zwaar aankomen. Aan incasseringsvermogen ligt dat zelden. Het komt doordat werk en identiteit steeds meer in elkaar zijn geschoven. Ervaart iemand een opmerking over zijn werk als een uitspraak over zijn waarde, dan wordt elk gesprek erover bedreigend.
Daarom helpt het om in zo'n gesprek scherp onderscheid te maken tussen de persoon, het gedrag, het effect van dat gedrag en wat je graag anders zou zien. Duidelijkheid verkleint onzekerheid, vaagheid vergroot haar.
Veel contact is nog geen verbinding
Jonge werknemers hebben vaak grote digitale netwerken. Veel contact betekent alleen niet dat iemand zich gezien voelt. Een duimpje of een kort berichtje houdt de lijn open en vervangt geen gesprek waarin iemand zich begrepen weet.
Binnen teams gebeurt hetzelfde. Collega's schrijven elkaar de hele dag, en spanningen, twijfels en irritaties komen nauwelijks rechtstreeks ter sprake. Een team kan digitaal razend actief zijn en onderling toch afstandelijk blijven. Daarover gaat de pagina over teamcultuur.
Social media voedt bovendien de verwachting dat communiceren snel, kort en moeiteloos hoort te gaan. Samenwerken vraagt regelmatig het tegenovergestelde: doorvragen, luisteren, nuance verdragen en een ongemakkelijk gesprek niet meteen afbreken.
De belangrijkste gesprekken in een team passen zelden in een appje.
Er zit ook veel goeds in
Het gesprek hierover slaat makkelijk door naar het negatieve, en dat doet geen recht aan wat het jonge werknemers oplevert.
Ze bouwen er beroepsnetwerken mee op, vinden en delen kennis, houden contact met vakgenoten buiten de organisatie, ontdekken nieuwe ideeën en loopbaanmogelijkheden en vinden herkenning bij mensen die hetzelfde meemaken.
De vraag is dus zelden hoe je social media buiten de deur houdt. De vraag is hoe mensen gezond met digitale prikkels omgaan zonder de voordelen kwijt te raken.
Wat een leidinggevende kan doen
Een telefoonverbod of een opmerking over schermtijd levert weinig op. Kijk liever naar de werkomgeving die je zelf hebt gebouwd.
Maak geconcentreerd werken mogelijk. Wordt elke vraag meteen via een chatbericht gesteld en wordt van iedereen voortdurende bereikbaarheid verwacht, dan ontstaat versnippering vanzelf. Spreek af wanneer snel reageren nodig is en wanneer mensen ongestoord kunnen werken. Om concentratie vragen en tegelijk permanente beschikbaarheid verwachten gaat niet samen.
Wees duidelijk over bereikbaarheid. Jonge werknemers denken al snel dat ze ook 's avonds moeten reageren, ook zonder dat iemand dat vraagt. Zeg wat je wel en niet verwacht, en let op je eigen gedrag. Wie 's avonds berichten stuurt, zet ongemerkt de norm dat het werk nooit ophoudt.
Zeg regelmatig iets zinnigs over het werk. Wacht daar niet het jaargesprek voor af. Bespreek tussendoor wat goed gaat en welke vooruitgang je ziet. Dat geeft een realistischer ijkpunt dan de succesverhalen online.
Laat de gewone kant van ontwikkeling zien. Vertel ook over je eigen twijfel, je fouten en de jaren waarin het traag ging. Inspirerende voorbeelden zijn er genoeg; eerlijke voorbeelden zijn schaarser.
Zorg voor echte ontmoetingen. Lang niet elk overleg hoeft in dezelfde ruimte. Samenwerking, onzekerheid en conflict verdienen meestal meer dan een uitwisseling van berichten. Meer daarover staat op de pagina over teamenergie.
Maak het bespreekbaar zonder te oordelen. Vraag hoe digitale prikkels hun werk beïnvloeden. Waar helpt het? Wanneer kost het energie? Welke afspraak zou het team helpen? Zo wordt het een gezamenlijk onderzoek in plaats van een generatiediscussie.
Kijk ook naar de organisatie zelf
Het is makkelijk om te zeggen dat jonge mensen te veel op hun telefoon zitten. Organisaties hebben zelf een werkomgeving gebouwd waarin iedereen voortdurend wordt onderbroken. E-mail, chat, appgroepen, planningsapps en overzichten vechten allemaal om dezelfde aandacht.
Het probleem gaat dus over meer dan wat jonge werknemers meenemen naar hun werk. Het werk is zelf op social media gaan lijken: veel prikkels, korte berichten, snelle reacties, weinig ruimte voor verdieping.
Misschien hoeven organisaties jonge werknemers niet alleen te leren omgaan met digitale afleiding. Misschien moeten ze zelf opnieuw leren hoe je rust, aandacht en werkelijk contact organiseert.
Een klein experiment
Bespreek in je volgende teamoverleg één vraag. Wanneer helpt digitale bereikbaarheid ons werk, en wanneer zit ze onze aandacht of onze samenwerking in de weg?
Kies daarna één afspraak voor de komende twee weken. Een overleg zonder meldingen, twee blokken geconcentreerd werken per dag, of de afspraak dat een bericht best een paar uur mag wachten.
Het doel is zelden om social media tot vijand te maken. Het doel is dat mensen weer zelf bepalen waar hun aandacht heen gaat.