Waarom kiezen de meeste mensen voor de roltrap?
Iedere ochtend stap ik uit de metro en loop ik richting de uitgang. Rechts ligt een brede roltrap. Daarnaast bevindt zich een gewone trap. Vrijwel iedereen stapt automatisch op de roltrap. Slechts een klein groepje neemt de trap.
Het gebeurt waarschijnlijk duizenden keren per dag, en niemand staat erbij stil. Ik ook niet, tot ik er op een ochtend toevallig naar bleef kijken.
Waarom eigenlijk?
Het antwoord lijkt eenvoudig. De roltrap kost minder moeite. Maar hoe langer ik ernaar keek, hoe meer ik dacht: dit gaat niet alleen over een station.
Ons brein kiest de gemakkelijkste weg
Ons brein is een meester in het besparen van energie. Dat is geen luiheid, maar een eigenschap die ons al duizenden jaren helpt. Leveren twee routes hetzelfde resultaat op, dan kiezen we vrijwel automatisch de route die de minste inspanning vraagt.
Dat zie je niet alleen bij de metro.
We beantwoorden e-mails zoals we ze gisteren beantwoordden. We voeren vergaderingen zoals we ze altijd hebben gevoerd. We lossen problemen op met oplossingen die we al kennen. Zelden omdat dat de beste manier is. Meestal omdat het de meest vertrouwde is.
Gedrag ontstaat vaker uit gewoonte dan uit een bewuste keuze.
De omgeving stuurt de keuze
Veel organisaties investeren fors in motivatie. Er komen inspirerende sessies, veranderprogramma's, doelen op papier. En daarna verandert er verrassend weinig.
Ik denk dat motivatie maar een deel van het verhaal is. De omgeving waarin mensen werken heeft minstens zoveel invloed.
Kijk naar die roltrap. Hij staat prominent in beeld. Hij nodigt uit. Hij beweegt vanzelf. De trap ernaast vraagt net iets meer initiatief. Niemand kiest daar bewust tussen; het ontwerp van de ruimte heeft die keuze al voorgesorteerd.
In teams werkt dat precies zo.
Voelt feedback geven spannend, dan kiezen mensen sneller voor stilte. Bestaat een overleg vooral uit zenden, dan stelt bijna niemand een vraag. Worden fouten direct afgerekend, dan neemt niemand meer initiatief. Staat de agenda altijd vol, dan blijft er geen ruimte om te experimenteren of van elkaar te leren.
Dat is geen kwestie van willen. De omgeving maakt ander gedrag simpelweg makkelijker.
Gedrag volgt het systeem
In organisaties zeggen we vaak dat mensen meer eigenaarschap moeten tonen, beter moeten samenwerken of innovatiever moeten zijn. Maar als de systemen, processen en gewoontes hetzelfde blijven, vragen we mensen om tegen de stroom in te zwemmen.
Dat kost enorm veel energie. En energie raakt op.
Een vraag die verder helpt: hoe hebben wij onze omgeving eigenlijk ingericht? Maken wij het gewenste gedrag gemakkelijk, of maken we het oude gedrag het meest logisch?
Het antwoord kan verrassend klein beginnen. Een overleg openen met een check-in voordat de inhoud begint. Een experiment kleiner maken zodat de kans op succes groter wordt. Reflectietijd inplannen in plaats van de agenda dicht te zetten. Feedback een vast onderdeel maken van een projectafsluiting.
Kleine aanpassingen in de omgeving leiden vaak tot grote verschillen in gedrag. Dat is precies de gedachte achter kleine experimenten in teams.
> Niet harder duwen, maar slimmer ontwerpen.
Tot slot
Misschien hoeven mensen helemaal niet méér gemotiveerd te worden. Misschien moeten we beter kijken naar de omgeving waarin we verwachten dat ze samenwerken.
Die trap bij de metro laat me iedere ochtend zien hoe sterk de omgeving stuurt. Bijna niemand kiest bewust voor de roltrap. De omgeving maakt die keuze eenvoudig.
De vraag is dus niet alleen hoe we mensen kunnen veranderen.
Welke roltrap hebben wij onbewust gebouwd in ons eigen team?
- - -
Wil je onderzoeken welk gedrag jullie omgeving stimuleert? Mijn Teamkompas helpt teams om patronen zichtbaar te maken en klein te beginnen met ander gedrag. Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek of start met een teamscan.