Een collega aanspreken

Bereid in vier stappen een gesprek voor over gedrag dat je dwarszit, zodat het gesprek over de situatie gaat en niet over de persoon.

Waarvoor je dit gebruikt

Aanspreken gaat mis wanneer het begint met een conclusie over de ander. Wie start met wat hij zag, houdt het gesprek open.

Stap voor stap

  1. Kies één situatie De laatste keer dat het gebeurde. Beschrijf wat er precies gebeurde en wanneer. Een opsomming van drie maanden maakt het gesprek onwerkbaar.
  2. Beschrijf het effect Wat betekende het voor jouw werk of voor het team? Blijf bij wat je zelf merkte.
  3. Bedenk wat je wilt bereiken Een afspraak, begrip, of alleen dat de ander het weet? Alle drie zijn geldig, maar het gesprek loopt anders.
  4. Schrijf je openingszin op Bijvoorbeeld: ik wil iets met je bespreken van dinsdag, heb je tien minuten?

Zinnen die je kunt gebruiken

  • Dinsdag in het overleg zei je [X]. Ik merkte dat ik daarna afhaakte.
  • Ik zag dat de afspraak over [Y] niet is nagekomen. Wat is er gebeurd?
  • Ik wil hier graag met je uitkomen. Hoe kijk jij ernaar?
  • Ik weet niet of ik het goed zie, daarom vraag ik het.

Let op

Voer het gesprek niet direct na het moment zelf en ook niet weken later. Binnen een paar dagen werkt het beste.