1-2-4-iedereen

In twintig minuten hoort iedereen aan het woord te komen, ook in een groot team en ook wie plenair zwijgt. Van alleen naar tweetallen naar viertallen naar de groep.

Waarvoor je dit gebruikt

In een plenair gesprek bepalen de twee mensen die het snelst praten waar het over gaat. Deze werkvorm draait dat om: iedereen vormt eerst een eigen antwoord, en pas daarna komt de groep aan bod. Hij werkt in een team van zes en in een zaal van veertig.

Wat je nodig hebt

  • Papier en pen voor iedereen
  • Een zichtbaar opgeschreven vraag
  • Bij online: kamers voor twee en voor vier

Stap voor stap

  1. Eén minuut alleen Iedereen schrijft in stilte een antwoord op de vraag. Nog niet praten. Deze minuut is het halve werk: wie eerst zelf heeft nagedacht, laat zich minder makkelijk meenemen door de eerste spreker.
  2. Twee minuten in tweetallen Deel wat je opschreef en zoek waar jullie antwoorden op elkaar lijken. Voor wie plenair nooit iets zegt, is dit een veel kleinere stap.
  3. Vier minuten met vier Twee tweetallen komen samen. Kies samen het punt dat het meest de moeite waard is om te delen.
  4. Plenair oogsten Ieder viertal deelt één punt. Noteer ze zichtbaar. Vraag door op wat vaker terugkomt; daar zit het gesprek.

Let op

De werkvorm valt of staat met de vraag. Een vage vraag levert vage antwoorden op, hoe goed de vorm ook is. Test je vraag vooraf bij één iemand. Bewaak daarnaast de tijden streng en zeg ze vooraf: de kracht zit in het tempo.