Situatie, gedrag, effect
Oefenen met feedback die over gedrag gaat en niet over de persoon. Drie stappen die van een verwijt een bespreekbaar punt maken.
Waarvoor je dit gebruikt
De meeste feedback gaat mis op het eerste woord: jij bent altijd, jij doet nooit. Deze drie stappen dwingen om te beschrijven wat je zag in plaats van wie iemand is. Het verschil bepaalt of de ander luistert of zich verdedigt.
Wat je nodig hebt
- Een kaartje per persoon met de drie stappen
- Twee verzonnen voorbeelden om mee te oefenen
- Een team waarin al enig vertrouwen bestaat
Stap voor stap
- Leg het onderscheid uit Situatie: wanneer en waar. Gedrag: wat je zag of hoorde, in woorden die een camera zou vastleggen. Effect: wat het met jou of met het werk deed.
- Oefen met een voorbeeld Gebruik eerst een verzonnen situatie. Laat het team de drie delen benoemen. Dit is minder flauw dan het lijkt: het onderscheid is in theorie helder en in de praktijk lastig.
- Schrijf een eigen voorbeeld Iedereen schrijft één situatie op uit het eigen werk, in de drie delen. Nog niet delen.
- Oefen in tweetallen Om en om uitspreken. De luisteraar geeft alleen terug of hij de drie delen hoorde, en reageert niet inhoudelijk.
- Haal op wat opviel Plenair, over de oefening zelf. Niet over de inhoud van de voorbeelden; die blijven bij de tweetallen.
Let op
Deze werkvorm werkt niet in een team waar spanning nog niet is onderzocht. Dan wordt het oefenen een dekmantel voor een verwijt dat al maanden klaarligt. Onderzoek dat vooraf, en zeg hardop dat de voorbeelden de zaal niet verlaten.