Van waarneming naar besluit in vier vragen

Een gespreksstructuur die begint bij de feiten en pas aan het einde bij een besluit uitkomt. Voorkomt dat een team een oplossing kiest voor een probleem dat het nog niet begrijpt.

Waarvoor je dit gebruikt

Teams springen in een gesprek vaak binnen twee minuten naar oplossingen. Deze vier vragen houden het gesprek bij elkaar: eerst wat er feitelijk gebeurde, dan wat het deed, dan wat het betekent, en pas dan wat je ermee doet. Bruikbaar na een incident, bij een terugkerende frustratie of bij het bespreken van een uitkomst.

Wat je nodig hebt

  • Een flip-over met de vier vragen zichtbaar
  • Eén gebeurtenis waar iedereen bij was

Stap voor stap

  1. Wat zagen we gebeuren? Alleen feiten. Wat is er letterlijk gezegd of gedaan? Interpretaties leg je even opzij. Deze vraag duurt langer dan je denkt en levert het meeste op.
  2. Wat deed dat met ons? Reacties, irritatie, opluchting, twijfel. Er is hier geen goed of fout antwoord, en niemand hoeft zijn reactie te verantwoorden.
  3. Wat betekent dit? Welk patroon zien we? Wat zegt dit over hoe we samenwerken? Hier komen de conclusies, niet eerder.
  4. Wat gaan we hiermee doen? Pas nu een besluit. Wie doet wat, en wanneer? Eén afspraak is genoeg.

Let op

Je belangrijkste werk als begeleider is teruggaan wanneer het gesprek te vroeg naar oplossingen springt. Zeg dan gewoon: we zijn nog bij vraag één. Verwacht dat je dat drie of vier keer moet doen.