Relationele intelligentie, beter samenwerken begint bij wat er tussen mensen gebeurt

Sommige gesprekken lopen bijna vanzelf. Je begrijpt wat de ander bedoelt, ook wanneer het niet helemaal goed wordt uitgesproken. Je merkt wanneer je moet doorvragen, wanneer luisteren beter is en wanneer er ruimte is om iets scherper te benoemen.

Andere gesprekken verlopen anders. Je stelt een gewone vraag en de ander reageert defensief. Je geeft feedback met goede bedoelingen en merkt dat die nauwelijks aankomt. Of je verlaat een overleg met het idee dat iedereen het eens was, en een week later blijkt er weerstand te zijn.

De reflex is dan om naar de ander te kijken. Waarom reageert hij zo? Waarom zegt ze niet gewoon wat ze vindt? Waarom begrijpt hij niet wat ik bedoel?

Samenwerking speelt zich alleen zelden af bij jou of bij de ander. Er gebeurt ook iets tussen jullie.

Drie dingen tegelijk zien

Relationele intelligentie is het vermogen om jezelf, de ander en de verhouding tussen jullie tegelijk te begrijpen.

Het begint bij je eigen gedrag. Wat gebeurt er met jou wanneer iemand kritiek geeft? Ga je uitleggen, verdedigen, overtuigen, of word je juist stil?

Daarna komt de aandacht voor de ander. Wordt iemand terughoudender? Verandert de toon? Worden de antwoorden korter? Zit er iets onder de woorden dat nog niet is gezegd?

De derde stap gaat verder. Welk patroon maken jullie samen?

Misschien stel jij steeds meer vragen omdat iemand weinig zegt, terwijl die ander stiller wordt omdat jouw vragen als druk voelen. Misschien neem jij snel het initiatief wanneer een collega twijfelt, waardoor die collega minder ruimte ervaart om zelf iets op te pakken.

Gedrag ontstaat dus niet alleen in mensen. Het ontstaat ook tussen mensen. Dat het zelden alleen aan iemands karakter ligt, staat in het artikel over gedrag en context. Hier gaat het over het kleinste geval daarvan: twee mensen die elkaars gedrag in stand houden.

Wat er onder de woorden gebeurt

In teams gaat veel aandacht naar wat er wordt gezegd. Minstens zo veel gebeurt er terwijl mensen praten.

Wie neemt ruimte en wie trekt zich terug? Wie bepaalt zonder het uit te spreken welke onderwerpen wel en niet aan de orde komen? Wanneer verandert de sfeer? Wanneer wordt humor gebruikt om spanning te dempen? En wanneer zegt iemand dat het prima is terwijl zijn houding iets anders laat zien? Daarover gaat de pagina over boven- en onderstroom.

Mensen die hier goed in zijn, lopen ondertussen niet voortdurend anderen te analyseren. Ze zijn nieuwsgierig naar patronen.

De vraag waarom die ander zo doet, levert minder op dan deze: wat gebeurt er tussen ons waardoor dit steeds terugkomt? Die vraag maakt samenwerking minder persoonlijk en tegelijk onderzoekender.

Het is te ontwikkelen

Relationele intelligentie is geen vaste eigenschap. Aanleg speelt mee en het valt te oefenen.

Elke stroeve samenwerking bevat namelijk informatie. Een gesprek dat uit de hand loopt. Feedback die verkeerd valt. Een collega die minder zegt wanneer jij het overleg voorzit. Een medewerker die bij jou ander gedrag laat zien dan bij zijn collega's.

Daar valt iets te leren over je eigen invloed op het patroon dat ontstaat. Wat daarvoor nodig is, verdwijnt in de dagelijkse drukte gemakkelijk: even terugkijken.

Dan gaat het over meer dan wat de ander anders had moeten doen. Wat deed ik? Wat gebeurde er vervolgens bij de ander? Welke reactie riep dat weer bij mij op? En wat had ik kunnen proberen?

Zo wordt elke lastige samenwerking een kleine oefenruimte.

Vertrouwen ontstaat in kleine momenten

Over professionele samenwerking, vertrouwen en veiligheid wordt in organisaties veel gesproken. Ze ontstaan zelden uit afspraken of goede bedoelingen.

Ze worden opgebouwd in honderden kleine interacties. Iemand een zin laten afmaken. Nieuwsgierig blijven wanneer je het oneens bent. Spanning laten staan in plaats van haar meteen weg te organiseren. Vragen wat jouw gedrag met anderen doet. En af en toe erkennen dat jouw manier van communiceren een ander effect had dan je bedoelde. Meer daarover staat op de pagina over psychologische veiligheid.

Altijd aardig zijn hoort daar niet bij. Een goede werkrelatie vraagt soms om duidelijkheid, om een grens of om een ongemakkelijk gesprek.

Het verschil zit hem hierin: je probeert je boodschap over te brengen én houdt rekening met wat jouw gedrag doet met de verhouding waarin die boodschap moet landen. Hoe zulke verhoudingen samen een teamcultuur vormen, staat op de pagina over teamcultuur.

Een klein experiment

Kies deze week één samenwerking die regelmatig stroef verloopt.

Let tijdens het volgende gesprek op meer dan wat de ander zegt. Let op het patroon tussen jullie.

Stel jezelf achteraf drie vragen.

1. Wat deed ik waardoor de ander waarschijnlijk zo reageerde? 2. Wat deed de ander waardoor mijn eigen gedrag veranderde? 3. Wat zou ik de volgende keer bewust anders kunnen proberen?

Het patroon meteen oplossen hoeft niet. Het herkennen ervan verandert vaak al iets.

Relationele intelligentie groeit zelden doordat je beter leert omgaan met moeilijke mensen. Ze groeit doordat je beter gaat zien hoe verhoudingen worden gevormd, en hoeveel invloed je daar zelf op hebt.

Welke samenwerking zou veranderen wanneer je verder keek dan het gedrag van de ander, naar het patroon dat jullie samen maken?